Verrassende Ideeën
Vanzelfsprekend Van der Valk

Theater is de moeder van de kunst

Acteur Huub Stapel (61) heeft in zijn carrière heel wat mooie rollen gespeeld, op televisie, in films en in het theater. Esther Hammink, 4e generatie Van der Valk, heeft hem als directeur en programmeur van Theaterhotel Almelo al vaker mogen ontmoeten. Dit jaar staat de ervaren acteur met de voorstelling Intouchables in het theater. Een mooie aanleiding voor Esther om Huub alles te vragen over deze rol en om hem beter te leren kennen. Ze ontmoeten elkaar in Hotel Hilversum-De Witte Bergen.


Het verhaal van Intouchables over de vriendschap tussen de verlamde miljonair Philippe en de ex-gedetineerde Driss is bij veel mensen door het succes van de filmversie bekend. Op 29 oktober sta je met deze voorstelling in Theaterhotel Almelo. In de pers wordt je rol bejubeld. Wat doen die recensies met je? 
‘Goede rescensies zijn altijd fijn! Het erge is dat alleen de slechte recensies je bijblijven en de goede vergeet je. Dat zal, denk ik, elke acteur zeggen die je dit vraagt.'

Dat is hetzelfde als bij ons, als er duizend tevreden gasten zijn en maar 1 iets minder, is dat de reactie die je bij blijft, omdat je daar zo van baalt! Maar toch, al die goede recensies, dat moet iets met je doen. 
'Ja, natuurlijk is dat leuk. Al moet je het altijd in perspectief zien. Het is de mening van één recensent, daar zitten nog duizend andere meningen omheen. Dus bij slechte recensies denk ik altijd: het is ook mijn missie om te laten zien dat toneel wél leuk is en dat het veel meer publiek verdient dan het nu af en toe krijgt.’

Naar Intouchables komen in ieder geval veel mensen kijken. Je zit in deze voorstelling in een rolstoel. Wat vind je het lastigste aan deze rol?
‘Dat mag ik misschien niet zeggen, maar deze rol vind ik niet lastig, haha. Mensen denken dat het moeilijk is om stil te zitten en enkel je hoofd te bewegen, maar het is net zo moeilijk of makkelijk als iedere andere rol. Elke rol vereist hoge concentratie. Eigenlijk vond ik mijn rol in Kentering van een huwelijk of in Napoleon op Sint-Helena veel moeilijker dan dit.’

Napoleon vond ik echt briljant.
‘Ja, maar dat was dus veel moeilijker, al is het bedienen van de rolstoel niet eenvoudig.’


Je hebt Philippe Pozzo di Borgo, de man op wie jouw personage is gebaseerd, persoonlijk ontmoet. Wat is je daarvan bijgebleven? 
‘De onwaarschijnlijke instelling van die man en zijn levensvreugde. Dat hij zei: ‘Ik ben heel blij dat me dit overkomen is.’ Nadat hij verlamd raakte, heeft hij veel over zichzelf en over de mensheid geleerd. Hij vindt het fijn dat hij eigenlijk twee levens heeft kunnen leiden. Al weet hij heel goed dat hij in een bevoorrechte positie zit, omdat hij zich goede zorg kan permitteren. Hij woont ook in een prachtig huis, vol moderne kunst.’

Bijzonder dat je daar mocht komen.
‘Heel bijzonder. Zeker omdat hij nog veel pijn heeft. Hij heeft last van fantoompijn waar niets tegen helpt.’

Vreselijk. Toch deelt Philippe zijn persoonlijke leven met de buitenwereld. Hoe sta jij daar tegenover? 
‘Dat moet je proberen te beperken. Er worden altijd zoveel onzin verhalen de wereld in geholpen, daar moet je niet op ingaan.’

Ik hoorde laatst dat zo’n fotograaf tegen BN’ers zegt: ‘We gaan je toch wel fotograferen dus je kan maar beter zeggen wanneer je naar het terras gaat, dan kom ik.’                            
‘Maar dat is chantage waarop je natuurlijk nooit moet ingaan! Echt, die bladen vind ik vreselijk. Ik probeer daar zo veel moge­lijk uit te blijven.’

Inderdaad. Je vindt online niet veel over jouw privéleven.
‘Er is ook weinig te melden, dus dan word je vanzelf on­ interessant. Ik ga niet uit en ga nauwelijks naar premières, want daar voel ik me vreselijk opgelaten. Ik zeg altijd wat ik vind en dat wordt niet overal gewaardeerd.

’Zijn er misverstanden
over mij?
Misschien vinden mensen wel dat ik kapsones heb.’


Er wordt mij natuurlijk vaak gevraagd wat ik van een voorstelling vind. Bij een voorstelling die me niet zo lag zei ik; ‘het publiek heeft echt genoten.’ En dat was ook zo. Mijn mening is natuurlijk minder belangrijk dan de mening van onze gasten. Doordat mensen weinig over jou als persoon weten, zijn er misschien misverstanden. Wat is het grootste misverstand
‘Dat is een interessante vraag. Dat zou je anderen moeten vragen. Wat denk jij zelf? Zijn er misverstanden over mij? Misschien vinden mensen wel dat ik kapsones heb.’

Of dat mensen na jouw voorstelling Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus denken dat je alles over relaties weet?
‘Ja, dat ze denken dat ik alles weet over vrouwen en hoe je daarmee moet omgaan.’

Die voorstelling was wel het langstlopende theaterprogramma van Nederland en in ons Theaterhotel was de zaal acht keer vol. Ik heb me ontzettend vermaakt met mensen die na afloop schaamteloos alles over hun relatie aan jou vertelden.
‘Ja, ik dacht vaak: o nee! Maar het mooiste vond ik dat ik alleen op het toneel stond. Dat ik een zaal twee uur kon vermaken. Ik had een soort kruising uitgevonden tussen cabaret, stand-up comedy en toneel.’

Echt iets unieks. Hoe blijf je geïnspireerd tijdens zo’n theater- marathon?
‘Die voorstelling heb ik 473 keer gedaan! Door gewoon elke avond het verhaal opnieuw te vertellen, voor een ander enthousiast publiek. Daar krijg je heel veel energie van.’

Is er een groot verschil tussen het spelen in theater of voor film of televisie?
‘In het theater moet het meteen goed zijn, maar het acteren is hetzelfde. Je kruipt nooit in de huid van een ander, dat is de grootste amateur opmerking die je kan maken. De rol kruipt altijd in jou en niet andersom.’

Dit hotel, Hilversum-De Witte Bergen, zijn mijn grootouders gestart in 1952.
Zelf ben je geboren in 1954, deze fotoshoot is daarom ook in de stijl van de jaren ‘50. Hoe sta je tegenover ouder worden?
‘Dat vind ik alleen maar heel leuk. Waarom zou ik het niet meer leuk vinden? Ik ben niet meer zo snel ergens van onder de indruk.’

Rustiger ook?
‘Nee, dat niet. Ik ben vooral benieuwd naar wat er met mijn kinderen gebeurt.’

Ben je nu minder met jezelf bezig?
‘Nee hoor, ik hoop nog veel mooie rollen te spelen. Maar het allerbelangrijkste is dat ik gezond blijf.’

Ben je bang om ziek te worden?
‘Ik laat me twee keer per jaar in het ziekenhuis op alles onderzoeken. Mijn vader is aan een hartinfarct gestorven en mijn broer kreeg er vijf jaar geleden een. Toen heeft de rest van de familie zich laten onderzoeken. Het gekke is, bij degenen die het gezondst leven werden afwijkingen ontdekt. Bij mij niet.’

Wat wil je aan je twee zonen meegeven?
‘Ik hoop dat ze hun passie vinden in het leven. Als je je passie vindt, kun je namelijk alles met je hart doen.’

Leven vanuit je tenen.
‘Ja, dan wordt het nooit vervelend. Ik heb in die 35 jaar nog nooit met tegenzin ergens gespeeld. Ik heb me altijd gerealiseerd dat ik van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken. En dat ik net zo goed ben als mijn laatste voorstelling. Ik moet hard werken om de volgende voorstelling weer op hetzelfde niveau te brengen.’

Welke rol heeft je afkomst gespeeld?
‘Ongelooflijk veel. Ik sprak tot mijn negentiende vrijwel uitsluitend Limburgs dialect en heb op de toneelschool 5,5 jaar spraakles gehad. Dus ik moest veel moeite doen om goed te leren praten. Ook mijn vader heeft een grote rol gespeeld. Hij speelde prachtig piano, accordeon en viool en kon heel mooi zingen. Hij wilde heel graag naar het conservatorium, maar mocht dat niet van zijn ouders. Ik heb het gevoel dat ik de carrière heb, die mijn vader wilde.’

Er wordt vaak gedacht dat het in onze familie een verplichting is om in een hotel te gaan werken, maar dat is het helemaal niet. We noemen het ook geen werk, het is ons leven. Na het zien van mijn eerste voorstelling was ik op slag verliefd op het theater. Nog niet eens zo op wat er op het toneel gebeurde, maar van de bezoekers die blij werden van wat ze op het podium zagen. Eigenlijk is dat in de horeca ook zo. De bediening zorgt ervoor dat mensen een leuke avond hebben.
‘Inderdaad, het draait om emotie. Of je nu eet of iets ziet of hoort. Het draait altijd om gevoel.’

’Theater scheidt de jongens van de mannen.
Als je het in het theater niet kunt, dan houdt het op.’


Er zijn veel raakvlakken met horeca en theater. Allebei is het hard werken, niet opgeven.
‘Zeker in deze lastig tijd waarin veel vakgenoten van mij thuis zitten zonder werk. 10 procent is inspiratie, 90 procent is transpiratie. Als je niet bereid bent om hard te werken, kom je er niet.’

Toch hebben veel mensen dat niet door. Ze denken dat je even twee uurtjes speelt en klaar bent.
‘Je moet maar eens voor een voorstelling van twee uur tekst van buiten leren. Daar ben je maanden mee bezig, dat is werk dat niemand ziet. En het is altijd zo: hoe simpeler het eruit ziet, hoe moeilijker de rol is.’

Je hebt al zo veel rollen gespeeld, als acteur, maar je bent ook ambassadeur van verschillende goede doelen. Hoe combineer je al deze ‘rollen’? 
‘Dat ik veel verschillende dingen kan doen, maakt het nou juist zo leuk. Het vult elkaar aan. Van het ene leer je weer iets voor het andere en andersom.’

Wat vind je het allerleukste om te doen?
‘Dat blijft het theater, dat is de moeder van de kunst. Theater scheidt de jongens van de mannen. Als je het in het theater niet kunt, dan houdt het op.’

Wil je net als Huub Stapel in een mooie suite verblijven? Bekijk onze suites!