Home

Bert Visscher

Cabaretier Bert Visscher (56) staat bekend om zijn chaotische, lachwekkende en hyperactieve shows. Esther Hammink, 4e generatie Van der Valk, heeft hem als directrice en programmeur van Theaterhotel Almelo al vaker mogen ontmoeten. Deze keer ontmoeten zij elkaar in de wellness suite van het nieuwe Van der Valk Hotel Groningen-Hoogkerk. Dit is natuurlijk dé plek voor een relaxed interview.

“Geen gezeur of getwijfel”

Bert schrijft nu thuis aan zijn nieuwe solovoorstelling. Hij wordt vanzelf moe, die vanaf november in een groot aantal theaters is te zien. Tegelijkertijd staat hij her en der in het land ook nog avonden achter elkaar op de planken met Don Pescatore and his Alcatraz Orchestra. Begeleid door een bigband van 35 muzikanten haalt het Groningse podiumbeest ook in deze vrolijke concertreeks weer alles uit de kast, ditmaal als de opgewonden performer van liedjes van onder anderen Tom Waits, Ray Charles, B.B. King en de mannen van Earth, Wind & Fire. Best gek dus dat ik hem in de wellness suite nu eigenlijk interview in zijn ‘rustperiode’, zoals Bert zelf op zijn website meldt.

Je ‘rustperiode’? Hoe zit dat?
“Oké, ik ben nu weer als Don Pescadore aan het optreden, maar tegelijkertijd is er ook ruimte voor mijn gezin, voor thuis, voor leuke dingen. Ik heb mijn vorige show in tweeënhalf jaar zo’n 325 keer gespeeld en dan is zo’n kleiner liedjesprogramma goed te doen. Het is ook zo leuk. Ik heb het al eens eerder met het Noordpool Orkest gedaan en iedereen was toen zo enthousiast dat we er een vervolg aan hebben gegeven.”

Klopt! Daarmee ben je ook bij ons geweest. Ik vond het een te gekke voorstelling. Wat ik ook bijzonder vond was dat er ook bezoekers in de zaal zaten, die even gek keken toen je begon met zingen, maar uiteindelijk razend enthousiast waren.. En tussendoor was er ook nog genoeg te lachten!
“Het is iets anders dit keer, geen luisterconcert, maar op het podium met het publiek en een bar, en dan lekker swingen maar! Ik sta niet als cabaretier voor de bigband, maar ik ben wel de aanjager. Na afloop van een voorstelling lig ik voor dood in de kleedkamer.”

Na je laatste voorstelling hebben we bij ons in de bar een leuk feestje kunnen bouwen samen met de band. Toen had je nog genoeg energie over! Wat voegt een liedjesprogramma voor jou al cabaretier eigenlijk toe?
“Een uitdaging. Het haalt me na een carrière van veertig jaar uit mijn comfortzone. Je moet wat durven. We hebben 25 nummers op het repertoire en van een aantal liedjes had ik nooit verwacht dat ik ze zou kunnen zingen. Nu gaat alles smooth, maar gottegottegot: het is in het begin wel spannend geweest.”

Het viel me ook op dat er sterke zangeressen in jouw show zitten. Dat lijkt me best heftig, je wordt daar dan toch aan gemeten.
“Nou en of, als er in een soloprogramma van me iets misgaat, dan luk ik me er wel uit. Maar zo’n orkest met zangeressen achter je blaast gewoon door als ik iets fout doe. Die musici denken terecht: je pikt het maar mooi weer op, Visscher.”

“Ik heb mijn vorige show in tweeënhalf jaar zo’n 325 keer gespeeld, en dan is zo’n kleiner liedjesprogramma goed te doen. Het is ook zo leuk.”

Over uitdagingen gesproken: van welke zanger of zangeres zou jij nog weleens werk willen zingen?
“Van de Fransen die ik bewonder: Jacques Brel, Charles Aznavour, Yves Montand. Maar dat vraagt op zijn minst veel voorbereiding. Mijn Frans is er nog niet goed genoeg voor. Een integrale vertolking van een Olympia-concert van Jacques Brel – ja, dat zou wat zijn.”

Terug naar die rustperiode. Wat doe jij allemaal nu je ook tijd voor jezelf hebt?
“Ik ben een verwoed zeiler. Ik heb een bootje liggen op het Paterswoldsemeer en ik huur ook elke zomer een schip om er in Griekenland mee te gaan zeilen. Daarnaast hebben we nog een huisje op Schiermonnikoog en een in Italië. Je zou het misschien niet van me verwachten, maar dat zijn dus niet de plekken waar ik net zo loop te stuiteren en gek te doen als ik het theater. Ik wandel graag langs het strand, ik lees er heerlijke boeken. Bovendien ben ik een zonnemens en een enorm liefhebber van lekker eten en drinken. Er gaat niets boven een hele avond lang genieten van goede wijnen en gerechten met vrouw en vrienden. Lange tafels, de ondergaande zon, een grote strooien hoed op – dat is het voor mij helemaal.”

Dat is voor mij enorm herkenbaar. Ontspannen is voor mij ook eten met familie en vrienden, een goed glas wijn en als het even kan en zonnestraaltje. Dan ben ik tevreden, daar kan ik zó van genieten. Staat de Italiaanse keuken trouwens bij jou op nummer één gezien het huisje in Italië?
“Nee, niet perse. De Italiaanse, Franse, Indische en Indonesische keuken: ik ben overal stapelgek op, en trouwens ook op een goed klaargemaakte boerenkool.”

Hoe gaat dat met eten als je op tournee bent?
“Er zijn artiesten die voor aanvang van een voorstelling gebruikmaken van hun eigen catering. Zelf vind ik het prettig om dan met de techniek en de andere mensen in mijn cluppie op zoek te gaan naar een restaurant in de buurt van het theater. Even gezellig met elkaar bijkletsen, het vorige optreden nabespreken. Sommige theaters bieden een diner aan in hun eigen restaurant. Maar dan kom je daar en zitten er tweehonderd man van je eigen publiek. Hebben ze me al gezien. Dat vind ik een beetje jammer. Dan is de magie weg.”

Dus dáárom ga je altijd dineren in een van onze restaurants buiten het hotel! Ik mocht natuurlijk al meerdere malen met jullie mee-eten, maar heb er nooit bij stilgestaan dat buiten de deur eten een bewuste keuze van je was. Dat verschilt zo per gezelschap. Maar dat het met jou en jouw crew niet alleen ná, maar ook vóór de voorstelling heel gezellig is, weet ik nu uit ervaring!
Het is voor jou ook belangrijk om je van je omgeving af te kunnen sluiten, want een solovoorstelling is per slot van rekening niet mogelijk als er in de voorafgaande maanden niet de opperste concentratie en met de nodige zelfdiscipline aan is geschreven. Is dat lastig voor je?
“Ja, ik kan wel een hele dag achter mijn werktafel naar een A4’tje zitten staren zonder dat er iets op papier verschijnt. Het is moeilijk, want je begint altijd weer blanco. Maar het hoort bij het vak. Ik ken aardig wat schrijvers en die hebben hetzelfde. Ik kan met ook heel schuldig voelen als ik uit eten ben of naar een voetbalwedstrijd zit te kijken, terwijl ik weet: eigenlijk had ik nu moeten schrijven…”

Maar de inspiratie is er dan niet…
“Ach, alle cabaretiers hebben dat natuurlijk. De angst ook dat je publiek je niet meer wil. Dat een theater belt en zegt: treed voortaan maar op in een kleine zaal, als er vijftig belangstellenden komen dan is dat meegenomen. Nou, dan houdt het gewoon op, heb je een heerlijke tijd gehad en komt er na veertig jaar een eind aan. Maar há, zo ver is het bij mij nog niet, hoor!”

“Wat hij karakterologisch van me heeft meegekregen, is dat ongeduld. Dingen moeten bij ons snel gaan, of we doen het niet.”

Zeker niet! Al je voorstellingen zijn bij ons nog altijd uitverkocht, dat doet zeker niet iedereen je na!
“Gelukkig! Voorlopig zal het nog wel goed blijven gaan. Ik sta ook nooit te lang stil bij problemen of bij twijfels. Ik ben iemand van, hoppakéé, aanpakken en dóórgaan.”

Is dat een typische eigenschap van de familie Visscher?
“Ja, maar dan van mijn moeders kant. Mijn vader was onder andere schrijver, een heel rustig iemand. Heel literair, heel voorzichtig ook: laten we dit of dat nou maar niet doen, want misschien is dat niet leuk genoeg. Mijn moeder was zeer ondernemend, een tof wijf. Ging op alles en iedereen af, en had net als ik die gekte en die drukte om haar heen.”

Wat heb jij van jezelf weer op jouw zoontje overgebracht?
“Dat hij moet genieten. Hij hockeyt heel fanatiek en kon dagenlang verschrikkelijk balen wanneer hij een wedstrijd had verloren. Dat doet hij niet meer. We lijken erg op elkaar, zijn echt kameraden. Hij is twaalf nu en nog dik met zijn vader. Het is het eerste wat hij roept als hij van school komt: ‘Is papa thuis?!’ We zij allebei zeer ondernemend, en we kunnen ook samen ontzettend keten. Wat hij karakterologisch van me heeft meegekregen, is dat ongeduld. Dingen moeten bij ons snel gaan, of we doen het niet. We kunnen niet zo goed overweg met gezeur of getwijfel. Dat zal die Italiaanse inborst van me zijn, hahaha. Italianen zijn nog véél ongeduldiger.”

Je twijfelt inderdaad niet snel. Voor deze fotoshoot deed je alles wat de fotograaf je vroeg, in bad, onder de douche etc. En ook nog met een hoop grappen tussendoor. Ben je wel een beetje tot rust gekomen?
“Natuurlijk, ik ben na deze sessie weer helemaal zen!”