Home

Chef de mission Pieter van den Hoogenband

 ‘Olympische Spelen in 2021 zonder publiek? Het is een denkbaar scenario!’ 

De wereldwijde coronacrisis heeft dit jaar een streep gezet door de Olympische Spelen in Tokio. Het grootste sportevenement ter wereld is verzet naar 2021, maar de vraag is of het dan wél kan doorgaan. De Spelen in Tokio zouden het debuut zijn van Pieter van den Hoogenband als chef de mission. De zevenvoudig Olympisch kampioen volgt Maurits Hendriks op. Sportjournalist Eddy Jansen maakte ‘VDH’ tijdens zijn carrière van dichtbij mee. Voor Valk Magazine sprak hij met de oud-zwemmer.

Wat was voor jou de reden om ‘ja’ te zeggen tegen deze job?
“De hoofdreden is en blijft mijn passie voor de sport. Ik ben in 2008 gestopt met wedstrijdzwemmen en heb vervolgens even afstand genomen, maar bijna automatisch word je toch weer bij van alles betrokken. En dat is zeker niet omdat ik zo graag in het middelpunt van de belangstelling wil staan, maar omdat ik zie dat je sámen mooie dingen voor elkaar kunt krijgen.”

Hoe werkt dat trouwens? Word je gevraagd, moet je lobbyen of word je voorgedragen?
“Ik ben daarvoor gevraagd, of ik dat wilde overwegen. Dat heb ik met mijn vrouw en kinderen besproken, want mijn gezin blijft mijn basis. En zij vonden dat erg leuk. Mijn opdracht is een optimaal prestatieklimaat realiseren. Ik heb daar natuurlijk samen met Jacco Verhaeren als mijn vroegere trainer, wel een beetje ervaring mee. Ook wij stelden destijds een goed team met specialisten samen, waarbinnen optimaal gepresteerd moest kunnen worden.” 

Het is trouwens best een opvallende move, van topsporter naar ‘bobo’, voor iemand die als sporter best kort door de bocht was!
“Klopt helemaal, alhoewel ik bij het ‘bobo’ toch meer denk aan vroeger, toen sporters als Marco van Basten en Ruud Gullit dat woord gebruikten om samen als ploeg op te trekken, om een bepaalde spirit te creëren.  Een ‘bobo’ is een sportbestuurder, als chef de mission heb je meer een faciliterende rol voor de ploeg. Dat is toch een wezenlijk verschil, vind ik! Je moet advies geven, maar zeker geen sporters en coaches in de weg lopen. Dat vond ik zelf als actief sporter ook verschrikkelijk.”

Tijdens je carrière draaide alles om jou, nu - als chef de mission - is iedereen belangrijk, behalve jijzelf.
“Ik ben nooit gaan zwemmen omdat ik het zo leuk vond om in de belangstelling te staan. Ik heb en had passie voor die sport. Het ging mij puur en alleen om het allerbeste uit mijzelf te halen en uiteindelijk om de allerbeste van de wereld te worden. Natuurlijk weet ik dat als je zeven Olympische medailles wint, ook bijzaken een rol gaan spelen. Ook nu kom ik weer in de publiciteit. Dat is niet erg, maar het verschil met vroeger is dat het nu niet meer om mij draait, maar om de sporters, de coaches en de teams”.

Je vader (Cees-Rein van den Hoogenband, red.) was een tijdlang chef van de medische Olympische ploeg. Heeft hij je nog geadviseerd?
“Niet specifiek. Hij is natuurlijk mijn vader en is altijd mijn belangrijkste adviseur geweest, maar in dit specifieke geval hebben we het er eigenlijk niet echt over gehad. Hij is 71 jaar inmiddels, heeft alles in de sport wel meegemaakt en dus is het fijn en interessant om met hem te sparren. Hij heeft een bak aan ervaring en een gigantisch netwerk. Daar kan ik alleen maar voordeel van hebben!”

Je bent nu ‘de baas’ van de Olympische ploeg. Het móet helpen dat je zelf een succesvol sporter bent geweest.
“Het helpt wel, maar het is geen noodzaak, vind ik. Ik heb weleens meegemaakt dat mensen die de taal van de sport niet spraken wel konden functioneren in een team, maar het gebrek aan gevoel kan je dan soms in de weg gaan lopen. Ik heb diverse chefs de mission meegemaakt. Jan Loorbach was fantastisch. Al mijn chefs hadden een bepaalde manier van leiding geven, waar ik wel wat van heb opgestoken. In 1996 was er André Bolhuis, daarna Jan Loorbach, Peter Vogelzang en mijn voorganger Maurits Hendriks.”

Jouw taak is om een klimaat te scheppen waarin sporters zich optimaal kunnen voorbereiden in een Olympisch jaar. Daar ging dit jaar een streep doorheen. Wat heeft dat voor jouzelf betekend?
“Vrij weinig eigenlijk. Als chef de mission heb ik een dienende rol en in die zin veranderde er weinig. Natuurlijk heb ook ik dit nog nooit meegemaakt. Maar ik hoef daar niet zo te presteren als onze sporters. Voor hen is de impact veel groter. Ik moet het allemaal faciliteren. Er zijn sporters die hebben speciaal voor Tokio hun studie afgerond of juist net niet. Sporters plannen gezinsuitbreiding omdat ze aan de Spelen mee willen doen. In dat soort situaties moet ik faciliteren zonder in de weg te lopen. Wat er voor mij wel veranderd is, is dat ik deze zomer ineens op vakantie kon. Dus we zijn lekker in eigen land op vakantie geweest, in Zeeland en op Vlieland.”

Voor alle sporters had het ook nogal wat consequenties. Schema’s gingen overhoop, want de hele voorbereiding was geënt op dat ene moment: die wedstrijd in Tokio.
“Daar hebben veel sporters het lastig mee gehad. Je kunt in de voorbereiding op zo’n groot evenement niet zomaar even alles verplaatsen. Bovendien: alle trainingen zijn erop gebaseerd om juist in Tokio op die Olympische Spelen te kunnen pieken. Dat geldt overigens niet voor alle sporters, want er zijn er ook die nu een jaar langer de tijd hebben om te laten zien dat ze er in Tokio bij horen.”

Heeft NOC*NSF nog druk uitgeoefend op het IOC (Internationaal Olympisch Comité)?
“Ja, want wij zagen in andere landen dat sporters, concurrerende sporters, nog gewoon volle bak aan het trainen waren, terwijl wij hier in een intelligente lockdown zaten en alle topsportfaciliteiten gesloten waren. Wij hebben er toen wel op aangedrongen om daar snel een beslissing over te nemen. En dat gebeurde toen ook.” 

Toen wij elkaar medio maart spraken, net toen de intelligente lockdown een feit was, geloofde jij niet in uitstel van de Spelen. Op welk moment heb jij het wel zien aankomen, dat uitstel?
“Eigenlijk een week of twee later. Toen ons land in lockdown ging en steeds meer landen volgden, realiseerde ik mij ook dat je geen sporters uit 206 landen kunt invliegen voor het grootste sportfeest van de wereld. Plus coaches, plus fans. Dat zou onverantwoord zijn.”

Van dit virus zijn we voorlopig niet af, dit najaar wordt een opleving van het coronavirus verwacht en een echt medicijn kan nog wel even op zich laten wachten. De onzekerheid blijft dus nog wel even.
“Dat is waar, maar er komt steeds meer informatie. We leren het virus beter kennen, er wordt hard gewerkt aan een vaccin en het is alleen maar hopen dat zo’n vaccin er bijtijds is.” 

Het doorgaan van de Spelen zal volgens de voorzitter van het organisatiecomité Yoshiro Mori alleen kunnen als er tegen die tijd een vaccin of een geneesmiddel tegen het coronavirus op de markt is. Hij zegt: ‘Als de situatie blijft zoals ze vandaag is, dan zullen we de Spelen niet kunnen organiseren.’
Wat zou het voor de sport betekenen als de Spelen ook in 2021 niet kunnen doorgaan?
“Dat zou verschrikkelijk zijn. Met de wetenschap dat zo’n zeventig procent van de atleten één keer in zijn of haar carrière aan de Olympische Spelen mag meedoen. En wat ze zelf en hun omgeving daar allemaal voor hebben gedaan! Dat zou ik persoonlijk een zeer verdrietige zaak vinden. Ik wil er nog niet aan denken!”

Olympische Spelen in lege stadions zonder publiek. Alle wedstrijden met alleen fans voor de televisie. Lijkt mij ondenkbaar!
“Maar toch is dat absoluut een denkbaar scenario als de situatie volgend jaar rond deze tijd niet ten goede veranderd is. Je moet in deze fase helemaal niets uitsluiten en dat wil ik nu ook niet doen. Ik moet met mijn team alles rond de Nederlandse ploeg in goede banen leiden. En als er besloten wordt dat er geen publiek bij de wedstrijden is, dan is dat maar zo”.

Dit is jouw debuut als chef de mission. Ga je dit één keer doen of ben je ook in voor deze rol tijdens de Spelen van 2024 in Parijs?
“Eh… het is voorlopig éénmalig. Parijs is pas in 2024, daar ben ik nu nog niet mee bezig. Er zal na afloop van de Olympische Spelen van Tokio, of ze nu doorgaan of niet, wel over gesproken worden. Voorlopig ligt de focus volledig op Tokio en het evalueren komt daarna wel.”

Wat is de volgende stap? Een IOC-lidmaatschap? Jouw naam wordt in dat verband meer dan eens genoemd in de wandelgangen…
“Is dat zo? Nee, dat is helemaal niets voor mij.”

Waarom niet? Het zou Nederland als kleine sportnatie een enorme boost geven.
“Het IOC is als de Champions League voor de sportbestuurder. Ik heb met veel aandacht de biografie van Hein Verbruggen (Nederlands laatste IOC-lid, red.) gelezen. Over sportbonden, de toekomst van de Spelen. Zo’n Verbruggen is daar meer voor gemaakt, dan ik. Ik ben op dit moment in mijn huidige rol veel meer op mijn plek. Als je het mij nu vraagt zeg ik ‘nee’. Maar ik kan nu nog niet zeggen hoe zaken zich in de toekomst gaan ontwikkelen. Toen ik in 2008 stopte met wedstrijdzwemmen had ik je hartelijk uitgelachen als je mij gezegd had dat ik in 2020 chef de mission zou zijn! Dus: ik zeg nooit nooit! Maar nu zeg ik ‘nee’.”